Schuim, Schelpen & Soul

De grootste zeester van Oostende was soulster Marvin Gaye

9

Wat hebben vis, rockband Kensington en een soulzanger uit Los Angeles met elkaar te maken? Ze troffen elkaar in Oostende. Reisjournalist Harri Theirlynck en fotograaf Bas van Oort ontrafelen de badplaats die geen badplaats wil zijn.

Toeval is als een hond, die gaat liggen waar hij wil. Als ik bij Den Haag de snelweg opdraai, op weg naar Oostende – voor een stadsportretje van vis & zee – draaien ze op de radio nog vóór Delft de hit van Charlie Puth: Marvin Gaye. Een leuke en slimme song. Charlie Puth maakt van de naam van de soulzanger een werkwoord: “Let’s Marvin Gaye and get it on / You got the healing that I want / Just like they say it in the song / Until the dawn, let’s Marvin Gaye and get it on.” Die neem ik mee! Want Gayes monsterhit Sexual Healing werd in Oostende geboren, toen de beroemde maar berooide zanger er in 1981 een jaar verbleef.

06.00 uur, Visserskaai Oostende. Een visser van de 0.62 (alias de ‘Dini’) is trots op zijn torso. Hij trekt zijn overhemd uit laat het getatoeëerde schip en de garnaal op zijn spieren dansen.
“Hoe heet u?”
“Nannie.”
“En wat is uw gelapte naam?”
“Die heb ik nog niet.” Hij glundert. “Die komt misschien later.”

Op de visserskaai ruikt het naar schuim en schelpen

De oude Vismijn is één brok stoere schoonheid

Om Oostende van visvangst tot restaurantbord te leren kennen, staan we op een dampige woensdagochtend bij de Visserskaai. De haven ruikt naar schuim en schelpen. Om kwart over zes lopen de 0.62 en de 0.82 de haven binnen. Met heel veel grijze garnalen aan boord en matrozen van weinig woorden.
“Waar gaan die garnalen heen?” vragen wij.
“Naar de auto.” De matroos wijst op een wit bestelautootje op drie meter afstand.
“Neen, wie kóópt ze?”
“Dáár, die oranje kraam.”

Schipper Luc Bogaert is de godfather van de Oostendse visserij, dochter Dini staat achter de toonbank, gierend om alles en iedereen

Elk schip heeft een eigen houten kraam aan de Visserskaai. De thuispelsters halen al om half zeven hun zakken garnalen op. Christel Dewaele, vrouw van de schipper van de 0.82, zegt: “Een deel gaat op bestelling naar de restaurants, de rest verkopen we aan particulieren.” Verser dan hier kun je ze niet krijgen. De schepen varen ’s middags om vijf uur uit en moeten binnen vierentwintig uur terug zijn. Christel: “Niks garnalen laten pellen in Marokko, zoals de Hollanders doen. Duurt te lang.”

Luc Bogaert komt aangescheurd in een grote laadwagen met een sigaret tussen de ongeschoren kaken en keihard Summer of ’69 van Bryan Adams op de radio. De schipper van de Dini 0.62 is de godfather van de Oostendse visserij. Op de promotiesite van Ostendaise (‘voor verse vis moet je in Oostende zijn’) kijkt Luc Bogaert je met zilte ogen aan, een gigantische kabeljauw over zijn schouder. Dochter Dini (1985) staat achter de toonbank. ‘Goedlachs’ is een eufemisme: ze heeft een continue topbui en giert om alles en iedereen.
“Ben jij naar de boot genoemd?”
“Hahaha, welneen. Andersom natuurlijk!”

Visser Nannie toont trots zijn tatoeages

Op het bord boven Lucs hoofd staat ‘super grote garnalen’. “Hoeveel groter zijn die dan?” wil ik weten. Luc: “Niets. Moet ik er dan opzetten ‘hele kleine garnalen?’” Visserslogica. Dit is het soort mannen met wie soulzanger Marvin Gaye en prins-regent Karel, de redder van de Belgische monarchie (en ook wel een beetje van Marvin), in 1981 heel veel pintjes naar binnen sloegen in de Oostendse visserskroegen.

De Koningin

Oostende is een beetje een badplaats die geen badplaats wil zijn. Vroeger heette de stad de ‘Koningin der Badsteden’. Later ‘Stad aan Zee’, wat niet echt de toppen van creativiteit scheert. En nu: ‘Stad van 4 Seizoenen.’

Terwijl er niks mis is met badplaats Oostende. Goed, aan de Albert-I-Promenade staat een Atlantikwall van grijze flats; de coloratuur van de Belgische kuststeden. Maar de promenade zelf, met aan kop een Casino-Kursaal van Oost-Duitse proportie, is genoeglijk: nergens rijden de skelters met stellen en families blijer en zorgelozer rond. Het mooie strand wordt door de zandsuppletie elk jaar breder en sportiever. Achter de promenade schuift de beroemde Belgische kusttram door de drukke straten. Want Oostende is wel een echte stad. De vele winkelstraten worden drukbezocht, er zijn achterafpleintjes met aantrekkelijke terrasjes en nergens vind je zoveel visrestaurants bij elkaar.

Grijze flats vormen de coloratuur van veel Belgische kustplaatsen, Oostende incluis

Het toch al fraaie strand van Oostende wordt elk jaar breder en sportiever

Met Dirk Verstraete, Oostends leraar biologie in ruste, doen we de maritieme Ostendaise-toer. Dirk: “Dit is het derde jaar. Tong, zalm en kabeljauw kent iedereen. Oostende wil graag dat bezoekers ook kennis maken met andere vissen. We hebben een vis van de maand, en je kunt met vissers en chefs aan tafel.”

We moeten van Dirk warme wullocks eten aan de Visserskaai. Tegenover de deftigere visrestaurants staan acht viskramen. Die verkopen ‘bereide’ vis, als krab, oranje geringde scampi’s en visbootjes met garnalen, alles zo kleurig als een snoeptent op de kermis. Elke kraam heeft op straat een klein tafeltje, waarop in kokende pannetjes de wulken heen en weer dansen. Wulken in groentesaus en wulken in pittige oranje saus. 6 voor 2 euro, 30 voor 7 euro, enzovoort. Beetje taai maar smakelijk om op het strand te eten of aan boord van de gratis ferry (‘de overzetboot’), waar Dirk ons op heeft gejaagd.

Een van de hondsbrutale Oostendse meeuwen, de hangjongeren onder de zeevogels, rukt een wulk uit onze hand; de vuurdoop voor iedere toerist en goed voor een lachsalvo van de lokale passagiers. Ontgroend.

Visserskoppen

In tien minuten varen we naar het Visserijdok, voor een blik op de maritieme geschiedenis. We passeren Fort Napoleon, een oud militair bolwerk, en de Lange Nelle, de vuurtoren. Ons doel is de rafelrand van de haven, het niemandsland van visserij-erfgoed. “Industriële archeologie,’ zegt Dirk. Het oude houten dok, met kettingen zo dik als een vissersvrouwendij, biedt een spookachtige, bijna theatrale aanblik. “Klopt,” zegt de gids, “we hebben hier elke zomer acht dagen theater aan zee.”

Het Wapenplein met Feest- en Kultuurpaleis en muziekkiosk

De oude Vismijn, oftewel de veiling, is nog in gebruik en is één brok stoere schoonheid. In de nok van het lange, donkere gebouw hangen de gelooide Visserskoppen van de Vlaamse fotograaf Stephan Vanfleteren. Vijftien Oostendse vissers van vroeger en nu. Op de pilaren prijken kopieën van hun monsterboekje. Met de officiële namen en hun gelapte naam: de bijnaam. Dupont Hubert werd ‘Pontje’. Verder komen we ‘Ambiorix’ en ‘Puste’ tegen. In het monsterboekje worden hun tatoeages beschreven. Bijvoorbeeld: ‘Op bovenborst vogel en Jenny. Arm: anker en zeilschip.’ Dirk licht toe: “Gemakkelijk als je overboord slaat en drie weken later aanspoelt.”

The Sailor, het enige echte visserscafé van Oostende, stelt niet teleur: binnen is het rozig donker, als in de kieuw van een kabeljauw

The Sailor, het enige echte visserscafé van Oostende, aan de Hendrik Baelskaai, stelt niet teleur. Het lijkt wel een verzonnen kroeg uit ‘t Schaep met de 5 Pooten. Binnen is het rozig donker, als in de kieuw van een kabeljauw. De barvrouw draagt een flamingoblouse. Er hangen plakstrips met vliegen boven de bar. De barkrukken zijn van donkerrood skai. Op de wand zijn neppatrijspoortjes geschroefd. En de chips krijgen we in een roze plastic bakje.

We benaderen Fernand, ex-visser. Die wil eerst zeer principieel beslist níet op de foto en níet in gesprek, maar na een glas witte wijn verdwijnt dat principe als een dief in de nacht.
“Is vissen zwaar?”
“Heel zwaar. Achttien dagen op zee, drie dagen thuis, dan weer vissen. Vanaf mijn negentiende jaar gedaan.”
“Wat was uw gelapte naam?”
“Woep.”
“Waarom?”
“Ik zei altijd: ik ga weer naar de woepies, mijn kinderen. Zo werd ik Woep.”

Het enige echte visserscafé stelt niet teleur

Ex-visser Fernand wil er niet op de foto

Sexual Healing

Maar de grootste vis van Oostende was Marvin Gaye. De wereldberoemde zanger van I Heard It Through The Grapevine die in 1981 per boot in een koud en grijs Oostende aankwam om daar, aan lager wal en cocaïneverslaafd, op adem te komen. Hij woonde hier een jaar en in die tijd ontsproot de wereldhit Sexual Healing aan zijn brein.

Bij Toerisme Oostende kun je een digitale wandeling met beeld en geluid halen, die tot grote verbazing leidt. Eerstens omdat de rondleiding perfect is. Met kaarten, docu’s, interessante interviews en Marvin Gaye-songs stap je kriskras door Oostende. Langs het hotel waar hij de eerste maanden woonde. Naar Arno de kok van de Casino-Kursaal, die vaak kip met kerrie kookte, soulfood voor soulster Marvin, die zich graag liet verwennen. Naar de hal waar Marvin basketbal speelde en bokste in het trainingspak waarin hij een verbaasde Diana Ross begroette, toen ze optrad in de Kursaal. De zaal stelt niks voor. De baskets hangen er nog. Maar als je je voorstelt hoe een afgetrainde Gaye hier vrij van zorgen en drugs door de lucht zweefde op reis naar de basket word je prompt gelukkig.

En natuurlijk Taverne Floride, waar Gaye uitrustte na een strandwandeling, die hij vaak besloot met een tochtje naar de punt van de golfbrekers – Marvin wilde uit heimwee zo dicht mogelijk bij Los Angeles staan. “Alles gaat hier een slagje, zeg maar twee, rustiger dan in LA,” zegt de zanger op mijn audio/videogids. “Wel lekker, geen drugs te krijgen hier.”

‘Geen drugs te krijgen hier’: Marvin Gaye vond hier de rust die hij zocht

Schuin boven de Floride, aan de Promenade, is (nog steeds) Residentie Jane. In het appartement op de vierde verdieping werden in 1981 Rockin’ After Midnight en Sexual Healing geboren. Op ‘een cassetje’, want het is lang geleden. De Oostendse gitarist Danny Bossaer mocht er de riffjes spelen. “Keep on playing Danny,” zei Marvin als hij ‘s nachts vanuit het raam op de lege boulevard en de spookachtige strandcabines keek, terwijl de golven hun zwarte tanden toonden.

Marvin Gaye speelde in de halflege Kursaal van Oostende – een eerder optreden in Brussel was afgezegd, want men luisterde liever naar Will Tura

Het apparaatje vertoont een filmpje van Marvin Gaye in een café vol toeristen. Als hij aan de praat raakte, stelde de zanger zich voor en zei: “Ik ben Marvin Gaye, ik ben zanger.” “Hoe zei u dat u heette? Gaye? Nog nooit van gehoord. Zingt u ook chansons?” Tijdens het darten vroegen de toeristen soms: “Marvin, kun je misschien een chanson zingen?” Dan begon Marvin: “Allons enfants de la Patrie…” En iedereen meezingen. ‘s Werelds belangrijkste soulzanger keek er best vrolijk bij.

Op 4 juli 1982 speelde Marvin Gaye in de halflege Kursaal Oostende. Een optreden in Brussel was eerder afgezegd omdat de Brusselaars liever naar Will Tura luisterden. In Oostende grapte Marvin dat het, gezien de vele mannen met hondjes op de Promenade, misschien een goed idee was om eerst een hondenshow te doen. “Dan hebben we gelijk genoeg mensen binnen.”

De Albert-I-Promenade met in het midden Residentie Jane, waar Marvin Gaye verbleef

Geen broodje Grapevine

Oostende is dol op vis en vissers (en terecht) maar springt slecht om met zijn soulerfgoed. Op alle plaatsen die we bezoeken is geen gedenkplaat, plakkaat of foto van Marvin Gaye te bekennen. Bij de deur van Residentie Jane: geen bordje. Bij bar Floride: geen enkele aanduiding. Ja, een kartonnen kaart op het raam met: ‘Suggestie: pasta met scampi’s, 15 euro’, maar dat heeft niks met Gaye te maken.

Nergens een foto of standbeeld. (Vooruit, in de Casino-Kursaal staat er een, waar de videoclip van Sexual Healing werd opgenomen.) Freddie Mercury had destijds binnen vijf jaar na zijn dood een gigantisch standbeeld aan het water in Montreux, of all places. We komen zelfs geen Cocktail Sexual Healing of Broodje Grapevine tegen. Oostende is bescheiden. Of dom. Wel bestaat er een Hemingway Café in de Langestraat, maar Hemingway is hier volgens ons nooit geweest.

En eindelijk, eindelijk ontdekken we dan aan de muur van muziekcafé Lafayette, tussen nukkige obers en tijdloze grandeur, een zwartwitfoto van een opmerkelijk monter gestemde Gaye, met concertpromotor, Oostendenaar en ‘engelbewaarder’ Freddy Cousaert aan zijn linkerzijde. Die zei ooit op z’n Vlaams: “Hier heeft ‘m de rust teruggevonden.” Links op de foto staat een stijlvolle, mysterieuze oudere man in een fluwelen pak, die wij pas de volgende dag leren kennen; een onderschriftje kan er niet vanaf.

Zeldzame herinnering aan soulster Marvin Gaye

In Brasserie Du Parc ogen obers nog als obers

Opstuivend zand

Het mooiste terras van Oostende vind je niet aan het strand, maar aan het Marie-Joséplein in het centrum. Brasserie Du Parc, gehuld in art deco, is de favoriete plek van artiesten, krantenlezers en toeristen. De koffie wordt geserveerd in traag doorsijpelende zilveren koffiefilters. Er loopt een ober rond die lijkt op de jonge Kees van Kooten. Een onvermoeibare pleaser en gedagzegger: “Goejemorgen Katrien. Dág Katrien!” En tegen ons: “Dág heren, tot de volgende zitting!” Gaye kwam hier nooit.

Een excentrieke Oostendenaar naast ons vertelt ons zijn overhemden wekelijks naar Brussel op te sturen, om ze te laten strijken. Maar hij heeft ook een mooie tip voor ons: “Ga vooral nog even naar de echte Atlantikwall!” We stappen voor de deur op de beroemde Belgische Kusttram. Die rijdt via de haltes Renbaan, Mariakerke Bad en Ravelingen tot Domein Raversijde. Op het laatste stuk slingert de tram met veel opstuivend zand als een dronken Bulgaar door de duinen.

Openluchtmuseum Atlantikwall is een topattractie. Met meer dan zestig bunkers, geschutstellingen en twee kilometer onderaardse gangen is het een van de best bewaarde delen van de beruchte Duitse verdedigingslinie uit de Tweede Wereldoorlog, midden in de duinen. In 2015 werd de locatie gebruikt voor kunstinstallaties in het kader van het driejaarlijkse Beaufort. Sommige objecten blijven staan, zoals het idyllische Groen Geruite Huis van Lily van der Stokker. Of we nog het huisje van de prins willen zien, vraagt de man achter de balie. Een prins? Vooruit dan maar.

De bekende Belgische Kusttram rijdt met opstuivend zand langs de Atlantikwall

Prins Karel van België werd schilder, ging graag uit en ontmoette zo Marvin Gaye

Op het terrein van de Atlantikwall staat een laag, peperkoekachtig huisje met een rood dak, waar we bukkend binnen gaan en direct gelukkig worden. In het halletje hangt in het groot de zwart-witfoto uit café Lafayette. De man in het glimmende pak, die we gisterenavond nog voor een tweedehands Maserati-verkoper aanzagen, blijkt prins Karel van België te zijn. Hij was van 1944 tot 1950 regent van België, nadat zijn broer, koning Leopold III, zich tijdens de oorlog had overgegeven aan de Duitsers. Na zijn regentschap ging prins Karel op Raversijde wonen. Zijn roodfluwelen uitgaanspak hangt op een knaapje. Zijn bruine brogues staan voor de piano. De ex-regent werd schilder en ging graag uit. Zo ontmoette hij Marvin Gaye in het Oostendse nachtleven.

Liefde en verdriet

‘s Avonds op onze hotelkamer onderwerpen we Marvin Gaye’s teksten aan een close reading. Ergens in Sexual Healing moet toch een verwijzing naar Oostende zitten? “Get up, get up, get up, get up! / Wake up, wake up, wake up, wake up! / Oh, baby now let’s get down tonight / Ooh baby, I’m hot just like an oven / I need some lovin’ / And baby, I can’t hold it much longer / It’s getting stronger and stronger.” Vertel het maar, wij komen er niet uit. Ja, hunkering en brandend verlangen. Naar LA? Maar alle soulmuziek draait op de gifbruine sappen van liefde en verdriet. Wat moet je hiermee?

Hollands glorie op het strand van Oostende: Kensington

Geen connectie met Marvin Gaye, behalve dat ze optreden pal voor zijn huis

De fotograaf heeft een verrassing. Zijn vrienden van de in Nederland wereldberoemde rockband Kensington komen morgenavond naar Oostende voor een zomeroptreden op het strand. We mogen backstage, ze aanraken en met ze praten. Misschien zeggen ze wel vooral door Marvin Gaye beïnvloed te zijn – weet ik veel, dan hebben we een bruggetje. Kensington is niet beïnvloed door Marvin Gaye, maar ze treden wel op vlak voor Residentie Jane. Duizenden Vlaamse fans zingen hard mee met Streets en Home Again, terwijl lage zonnestralen gouden krulletjes draaien in de ramen van de 4de verdieping, kraamkamer van Sexual Healing.

“Just like they say it in a song / Until the dawn, let’s Marvin Gaye and get it on / Oooh.”

In 1982 liep Gayes visum af. Hij verliet België en keerde nooit meer terug. In Los Angeles viel hij weer ten prooi aan de demonen van drugs en paranoia. Tijdens een ruzie werd Gaye op 1 april 1984 doodgeschoten door zijn vader. De soulster van LA was even zeester in Oostende. «

Logeren in Oostende
Hotel Mercury (in het statige pand op de hoek Koningsstraat/Kesselbergstraat), waar Marvin Gaye de eerste maanden verbleef, bestaat niet meer. Maar Oostende heeft voldoende andere comfortabele logeeradressen te bieden. Het Leopold Hotel (2pk va. € 75) heeft een mooie ontbijtzaal, ligt dichtbij Kursaal, centrum, tramhalte en strand en is prettig geprijsd. Het moderne Mercure Hotel (2pk va. € 70) ligt vlakbij de Kursaal en het strand.
Eten in Oostende
Ooit was een visrestaurant aan de Visserskaai een zekere keuze, anno nu zitten er ook mindere restaurants aan de kaai. Genoeg keuze in het centrum en op de Albert-I-Promenade. Goed maar aan de prijs zijn Agua del Mar in de Kursaal en Bistro Mathilda aan de Leopold-II-Laan 1. ’t Groote Huys aan de Karel Janssenslaan 10 heeft een aangename tuin. Aanrader voor de lunch (want het diner is duur) is Toi Moi et la Mer, bekroond met een Bib Gourmand. En natuurlijk de taverne-met-zeezicht die Marvin Gaye frequenteerde: Floride (Albert-I-Promenade 81) – al kom je daar eerder voor die connectie dan voor het eten.

Nergens zoveel visrestaurants als in badstad Oostende

Nieuwsbrief: € 0,-
De mooiste reisverhalen van de beste reisjournalisten in je mailbox? Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief.