De witte wildernis

Alleen met een husky op avontuur dwars door arctisch Canada

44

Waarschuwingen van thuisblijvers slaat ze in de wind: reisjournalist Jolanda Linschooten gaat in het diepgevroren noorden van Canada op weg naar de indianen van Old Crow – op ski’s, samen met een leenhusky. De witte wereld blijkt minder romantisch dan gedroomd. Toch keert ze niet met lege handen terug.

Leeg en groots is dit land, helemaal in de winter, wanneer de machtige Mackenzie krakend tot stilstand komt. Deze verstilde poolhoek waar Canada tegen Alaska aanschurkt werd een eeuw geleden huiveringwekkend beschreven in Jack Londons klassieke avonturenroman Roep van de wildernis en staat sindsdien op mijn netvlies. De rivier Mackenzie stroomt uit in de noordelijke IJszee en daar aan die monding ligt Inuvik. Met 3.500 inwoners de enige ‘stad’ in een woestenij waar niet auto’s, maar kleine vliegtuigjes het transportmiddel zijn.

Die stad keer ik nu de rug toe, wat bij 35 graden onder nul krankzinnig lijkt. Mijn ski’s knarsen over de piepschuimsneeuw en ik denk aan alle kachels achter me, op de hoge oever van de Mackenzie. Ik probeer dat niet te doen; hoe minder ik aan warmte denk, prent ik mezelf in, hoe makkelijker dit wordt. Maar dat valt niet mee met een lijf dat onwennig voelt als dat van een ander. Ik ben ingepakt in wollen onderlagen en winddichte bovenkleding, voorzien van lompe schoenen met daarin dubbeldikke poolsokken, donswanten en tot overmaat van ramp ook nog een neopreen gezichtsmasker. Bewegen is al lastig, laat staan een slee trekken en een hond mennen.

Vertrek uit Inuvik met een volgeladen slee en een nog wat onwennige husky

Vertrek uit Inuvik met een volgeladen slee en een nog wat onwennige husky

Bij 35 graden onder nul laat Jolanda met enige spijt alle kachels van Inuvik achter zich

Bij 35 graden onder nul laat Jolanda met enige spijt alle kachels van Inuvik achter zich

Voor vertrek zijn de ski's gepimpt waarmee ze zo'n 250 kilometer zal afleggen

Voor vertrek zijn de ski’s gepimpt waarmee ze zo’n 250 kilometer zal afleggen

Geen mannetjesputter

Hij heet Herschel, die hond, is wit als de rest van arctisch Canada en minstens zo zenuwachtig als ik. Hoewel zijn grootste zorg niet de kou is. We kennen elkaar een paar dagen. Tot mijn aankomst op Arctic Chalet, de sledehondenkennel van Judi en Olav Falsnes, leidde Herschel het leven van een sledehond, maar trekken was zeg maar niet zijn ding. Vandaar dat ik hem een maand mocht ‘leasen’ – je number one lead dog geef je niet zomaar aan een vreemde mee. Dat vond ik uitstekend. Die slee van een slordige negentig kilo trek ik zelf wel, zo redeneerde ik. Liever een maatje dan een mannetjesputter die met het schuim op de kaken een gevaar voor zichzelf en mij vormt.

In de Mackenzie-delta zitten wolven, en grizzlyberen houden er hun winterslaap, maar die worden soms wakker – alles wat hier rondscharrelt heeft honger

Mijn idee van zo’n hond als vriendje is misschien een romantische ballon gevuld met Walt Disney-lucht, maar ik krijg het niet uit mijn systeem. Ondanks waarschuwingen vooraf: “Die sledehonden zijn werkhonden, geen maatjes!” Herschel heb ik niet alleen mee voor de gezelligheid, maar ook voor de veiligheid. Met die gedachte wenk ik hem die eerste nacht de tent in. Hij ligt al in zijn zelfgegraven sneeuwkuil, maar zijn koppie staat op ‘ik wil het liefst bij jou’. Daar begon het, onze band. Met zijn hemelsblauwe ogen stapt hij voorzichtig over mijn pannen via de voortent zo mijn matje op en ploft met een tevreden zucht naast me neer. Slapen kan ik niet; in het bijtende donker luister ik naar de stilte die hier inmiddels min 45 heet.

Samen in dit tentje zijn we als een Iglo-maaltijd in een reuzenvriesvak. Er is niets te horen, maar omdat ik met deze winterslaapzak zo ongeveer de dikste oorwarmers ter wereld draag, ga ik ook weinig horen. Niets van alles wat hier ‘s nachts rondscharrelt. In de Mackenzie-delta zitten wolven. Grizzlyberen houden hier hun winterslaap, maar die worden soms wakker en waggelen dan hun hol uit. Eén ding is zeker: alles hier heeft honger. Daarom het setje vuurpijlen naast mijn hoofd, aangeschaft op aanraden van de plaatselijke bevolking, en daarom ook deze husky. Zijn oren zijn razend goed en – zo verzekerde zijn baasje mij – bij naderend onheil op vier poten zal Herschel mij uit mijn slaap grommen.

Onderweg passeert Jolanda een niet afgesloten jachthutje

Onderweg passeert Jolanda een niet afgesloten jachthutje

Met behulp van de houtkachel wordt het hutje opgewarmd van min 35 naar min 5

Met behulp van de houtkachel wordt het hutje opgewarmd van min 35 naar min 5

Belangrijke ervaring

Maar het naderende onheil blijkt twee benen te hebben en komt per sneeuwscooter. Ik moet toch in slaap gevallen zijn, want ineens word ik wakker van keihard motorgebrul. Als ik de tent openrits, zie ik tot mijn ontsteltenis een ingepakte gedaante van de scooter stappen en kordaat op me af benen. “Wat dóe jij hier?!” klinkt het vanachter een gezichtsmasker. Dat kan ik jou ook vragen, denk ik, maar in plaats daarvan antwoord ik welgemanierd: “Eh, nou, ik ben op weg naar Old Crow.”

Even later drinken we lauwe koffie uit mijn thermosfles, ik half in mijn slaapzak en hij hurkend in de voortent. Dichterbij komen kan Colin Day ook niet, want Herschel bewaakt grommend onze binnentent. Colin is onderweg vanuit zijn jachthut hier ergens midden in de delta terug naar Inuvik. Hij schrok zich te pletter toen mijn kleine tentje ineens opdoemde in zijn koplampen. Colin is Inuit en gewend aan deze temperaturen, maar wat moet iemand uit Nederland (“Wáár zei je?”) hier?

Leg dat maar eens uit rond middernacht bij een temperatuur die niet voor mensen bedoeld lijkt. “Omdat,” probeer ik, “waar ik leef je zoiets als dit niet hebt.” Maar mijn hoofd voelt merkwaardig helder en zonder aarzelen vervolg ik: “Waar ik leef, lijkt het alsof je geen deel meer uitmaakt van de natuur. Wij geven die zelf vorm – de natuur is er voor onze lol, voor de sport of voor het geld. Maar hier, hier vormt de natuur mij en niet andersom. Ik ben er totaal van afhankelijk, ik maak er deel van uit. Dat vind ik een belangrijke ervaring. Dáárom ben ik hier.”

Jolanda Linschooten met haar trouwe husky Herschel

Jolanda Linschooten met haar trouwe husky Herschel

Eerste tentovernachting: Herschel laat duidelijk blijken dat hij óók in de tent wil

Eerste tentovernachting: Herschel laat duidelijk blijken dat hij óók in de tent wil

Een dagelijks geluksmoment: de brander aansteken en opwarmen

Een dagelijks geluksmoment: de brander aansteken en opwarmen

Worst-case scenario

Vandaar dus mijn plan om al skiënd wekenlang te trekken door het jachtgebied van de Vuntut Gwich’in-indianen. Als ik op eigen houtje aankom in het geïsoleerde dorpje Old Crow, waar geen enkele weg naartoe leidt, alleen dan zullen de bewoners me hun verhalen toevertrouwen – misschien. Hun traditionele leefpatroon is naadloos verbonden met de kariboe, maar dreigt door de aanleg van oliepijpleidingen ingrijpend te veranderen – omdat dat grote rendier dan vrijwel zeker zijn jaarlijkse migratieroute zal verleggen.

Ik kom te traag vooruit en het eten moet op rantsoen. Voortdurend denk ik nu aan voedsel en Herschel ook; we kijken het eten bij elkaar uit mond en bek

Ik had nog nooit van Old Crow gehoord, totdat ik de film Being Caribou zag. Ik zag mensen die weten hoe je parka’s van pels maakt en stoofpot van spieren. Die staan dicht bij de natuur, zo redeneerde ik. Het raakte een snaar. Daar wilde ik heen.

De route leidt over allerlei bevroren rivieren via de McDoughallpas in de Richardson Mountains, dwars door het hoge noorden van Canada, naar Old Crow. Pakweg 250 kilometer, waarvoor ik voor vijfentwintig dagen aan proviand meesleep. Een eerdere oversteek, toen over de Groenlandse ijskap, leerde me dat je met zo’n zwaarbeladen slee hooguit twee kilometer per uur haalt. Maar daar had je geen heupdiepe poedersuikersneeuw. Ik kom trager vooruit dan in de slechtste versie van mijn worst-case scenario. Elke meter leg ik drie keer af: eerst zonder slee, om een soort loopgang te graven, dan terug om de slee te halen en vervolgens weer vooruit mét slee. Mijn dagafstanden zijn angstaanjagend veel te kort.

In de Mackenzie-delta moet de ene na de andere riviertak worden doorgestoken

In de Mackenzie-delta moet de ene na de andere riviertak worden doorgestoken

Moeilijke blik: bij 40 graden onder nul is pauzeren niet zo comfortabel

Moeilijke blik: bij 40 graden onder nul is pauzeren niet zo comfortabel

Denken aan voedsel

Het eten moet op rantsoen, zodat Herschel en ik er langer mee vooruit kunnen. Maar hoeveel langer? Verzwakken we dan niet teveel? Hoe lang blijft het veilig? De zorg groeit met de dag. Voortdurend denk ik nu aan voedsel en Herschel ook; we kijken het eten bij elkaar uit mond en bek. Maar wat een geweldig dier is dit. Met minder kopzorgen zou ik nog duizend keer meer van hem genieten. We zijn een geolied team: hij met zijn blauwe blik op mij en ik met alle dankbaarheid die ik in me heb zorgend voor ons samen. Nooit loopt hij meer in de weg en ik denk dat hij beter dan ikzelf begrijpt wat we hier doen.

Hoewel ik sneeuwscooters verafschuw, pak ik toch de satelliettelefoon. Ik vraag een bewoner van het Inuitdorp Aklavik of iemand met een sneeuwscooter mij kan helpen door een spoor te maken. Dan komen we tenminste vooruit. Maar de toegezegde sneeuwscootermannen komen niet opdagen. “Het is te koud en het waait te hard,” hoor ik bij navraag via de satelliettelefoon. Daar zit wat in, denk ik.

Voor de zoveelste keer tel ik mijn proviand en pieker boven de plattegrond naar alternatieven. Dan, als ik het gepuzzel even onderbreek voor een plas naast de tent, danst boven mijn hoofd het noorderlicht. Groene laserstralen knallen rechtstreeks uit het heelal zo mijn ijzige wereld binnen. Van een bovenaardse sierlijkheid. Met een ontroerende schoonheid. Dit is te groot voor woorden, denk ik, terwijl ik met allang weer opgehesen donsbroek nog altijd onder de nachtelijke hemel sta. Glashelder herinner ik me wat ik twee weken geleden tegen Colin zei. Daarom ben ik hier. Dat doe ik hier.

Het wijzigen van de route werkt bevrijdend: goede reden voor een vreugdevuur

Het wijzigen van de route werkt bevrijdend: goede reden voor een vreugdevuur

Groene laserstralen knallen rechtstreeks vanuit het heelal de ijzige wereld binnen

Groene laserstralen knallen rechtstreeks vanuit het heelal de ijzige wereld binnen

Reuzenfik bouwen

In onze maatschappij beoordelen we onszelf en elkaar voortdurend op behaalde resultaten. Hier in de arctische wildernis leer ik waar het echt om gaat: niet het doel, maar de reis. De manier van onderweg zijn. Dat die mannen niet komen, is niet erg. Hooguit jammer dat ik mijn geplande route niet kan volgen, maar daar blijf ik zelf verantwoordelijk voor. Ik vergeet mijn routeplan voor Old Crow en buig af naar Fort McPherson. Dat red ik riant: dat dorpje ligt stukken dichterbij en bovendien aan de Dempster Highway. Hoef ik daarvandaan alleen nog maar een lift terug naar Inuvik te regelen.

“Geduld hebben is essentieel om hier te overleven,” bezweert Stanley Njootli. “Als je te gehaast bent en de boel forceert, eindig je onder het ijs”

De dagen erna bevatten dezelfde sneeuw en dezelfde kou, maar zijn desondanks van een totaal andere orde. Ik zaag hout en bouw een reuzenfik. Spelend met Herschel ren ik rondjes rond de tent en gooi sneeuwballen die hij niet terugbrengt. Nu de druk verdwenen is, voel ik me licht. Volkomen op mijn plek voel ik me nu in de witte wildernis, samen met mijn maatje.

Dat maatje moet ik in Inuvik weer achterlaten. Zo was het afgesproken: Herschel was slechts te leen. Mijn hart breekt – dit is erger dan ik dacht, stúkken erger. Maar afspraak is afspraak. Hij moet terug de kennel in. Dan is hij weer één van de dertig, tussen huskies die zijn oor afbijten, vechtend om elkaars voerbak, rennend voor sledes die hij niet wil trekken. Zonder dat rare lieve andere baasje met die leuke spelletjes. De avond voor mijn vertrek vraagt zijn eigenares, Judi Falsnes, zomaar ineens: “Wil je Herschel misschien overnemen?” Met die paar woorden valt alles op zijn plek.

De Mackenzie-delta is een 50 kilometer brede wirwar van rivierarmen, bossen en meren

De Mackenzie-delta is een 50 kilometer brede wirwar van rivierarmen, bossen en meren

In Old Crow logeert Jolanda in een canvastent met houtkachel

In Old Crow logeert Jolanda in een canvastent met houtkachel

Geduld hebben

“De natuurkrachten kun je jouw wil niet opleggen,” houdt Stanley Njootli me voor. Ik zit aan zijn keukentafel achter een bord dampende kariboebouten. Stanley is musher; twee keer nam hij deel aan de Yukon Quest, een jaarlijkse internationale sledehondenrace over duizend mijl. Zoals de meeste inwoners uit Old Crow voorziet hij zelf in zijn vleesvoorraad door de jacht, en hij verricht allerlei klusjes in het dorp waardoor hij zijn huis, hondenvoer en sneeuwscooter kan betalen.

Ik heb gedaan wat ik niet van plan was: per vliegtuigje naar Old Crow. Vanuit Inuvik een soort busreis boven de bergen. Mijn sleetocht was dan wel ten einde, maar mijn droom nog niet; die moest nog worden voltooid. Stanley stond me op te wachten, daar in Old Crow. Niet dat we elkaar kenden, maar het hele dorp loopt uit als het vliegtuig komt en we raakten zomaar aan de praat. Direct nadat hij van mijn sleetocht hoorde, nodigde hij me uit bij hem thuis, waar hij vlees voor me ging braden. “Geduld hebben is essentieel om hier te overleven,” bezweert Stanley. “Als je te gehaast bent en de boel forceert, eindig je onder het ijs.”

Ik mag deze twee weken wonen in een canvastent met een houtkachel, net buiten het dorp. Pelsjager David Lourd heeft me zolang deze plek, waar hij zelf ’s zomers kamp houdt, beschikbaar gesteld. Vijftig jaar geleden leefden alle Vuntut Gwich’in-indianen nog in tenten. Van hen leer ik de bodem met sparrentakken te bedekken en rivierijs te hakken als smeltwater op het houtvuur. Als het even kan, bezoek ik een elder. Deze dorpsoudsten genieten hoog aanzien in Old Crow. Want wie oud is, is wijs.

Old Crow is het noordelijkst gelegen dorp van Yukon en er leiden geen wegen heen

Old Crow is het noordelijkst gelegen dorp van Yukon en er leiden geen wegen heen

Bij Peter Josie aan de keukentafel, met daarop een kariboepoot en een sneeuwhoen

Bij Peter Josie aan de keukentafel, met daarop een kariboepoot en een sneeuwhoen

Spil van het bestaan

Peter Josie is een kleine man met een gezicht vol lachrimpeltjes. Hij schenkt thee voor ons beiden in. We zitten aan zijn keukentafel. Het is even stil, dan staat Peter op, opent zijn reusachtige vriezer en legt een kariboepoot en een stuk sneeuwhoen op het plastic bloemetjeskleed. “Voor ons is de jacht veel meer dan vlees op tafel,” knikt Peter naar de bevroren brokken beest. “Het is wie we zijn, onze verbinding met alles om ons heen. Jagen is geen dikdoenerij. Van het merg uit de poten trek ik soep, de hoeven, de pels, alles heeft waarde. Er is de afgelopen vijftig jaar echt veel veranderd in Old Crow, maar de kariboe is nog altijd de spil van ons bestaan.”

Peter praat vol vuur over de kariboejacht, maar zijn ogen worden somber als hij vertelt over de plannen voor de aanleg van oliepijpleidingen dwars door hun jachtgronden. “Velen denken dat natuur geld waard is,” zegt Peter bedrukt. “Maar dat is verkeerd. Dan gaat alles mis. Natuur betekent geen geld, natuur betekent leven.” Vaak ben je woorden al vergeten voordat ze goed en wel uitgesproken zijn – dat zijn niet meer dan luchtverplaatsingen. Maar er zijn ook woorden, die de rest van je leven met je meereizen.

Net als Herschel, die ik in Inuvik ophaal. Tot zijn grote opluchting is hij nu sledehond af. Die ene waarschuwing schiet me weer te binnen: husky’s zijn werkhonden, geen maatjes. Gelukkig heb ik al vrij snel geleerd om de raad van thuisblijvers, hoe goedbedoeld ook, niet altijd klakkeloos aan te nemen. Op die van eentje na dan. “Begin er niet aan, want afscheid nemen na zó’n tocht, dat zal onmogelijk zijn!” «

In Old Crow is de kariboe nog altijd de spil van het bestaan

In Old Crow is de kariboe nog altijd de spil van het bestaan

Waar husky Herschel ook gaat of staat, zijn ijsblauwe ogen zijn altijd gericht op zijn maatje

Waar husky Herschel ook gaat of staat, zijn ijsblauwe ogen zijn altijd gericht op zijn maatje

ZELF OP POOLEXPEDITIE?
Dat hoeft heus niet zo hardcore als Jolanda Linschooten het deed. Ga naar de plek waar zij haar husky Herschel leende: Arctic Chalet in Inuvik, in het aan Alaska grenzende territorium Yukon. Het is een van de zeldzame sledehondenkennels in Canada die uitsluitend witte husky’s fokken, maar het is ook een bed & breakfast, waar je kunt verblijven in een comfortabele blokhut (va. € 110 voor 2-3 pers.). Onder begeleiding zijn hiervandaan ook korte of langere sledehondentochten te maken. Reken bijvoorbeeld voor een ‘Husky Adventure’ van een week op zo’n € 2.000 p.p., inclusief transfers, excursies per sneeuwscooter of hondenslee, poolkleding, maaltijden en overnachtingen. Je eigen husky om mee naar huis te nemen is niet bij de prijs inbegrepen.
CARIBOU PEOPLE
De Vuntut Gwich’in-indianen van Old Crow leven al eeuwenlang met het ritme van de kariboe, het wilde rendier van Noord-Amerika. De kariboetrek is een jaarlijkse migratie over een afstand van ruim negenhonderd kilometer, van het terrein waar de dieren overwinteren naar waar de kalveren geboren worden. Twee keer per jaar, in het voor- en najaar, passeert een kudde van zo’n 150 duizend kariboes het dorpje Old Crow. Nog altijd vormt de kariboe het primaire levensonderhoud van de dorpelingen. Peter Josie, een belangrijke elder, benadrukt het belang niets te verspillen. “De jacht is geen sport, geen stoerdoenerij, het is wie we zijn. Van het beenmerg trek ik soep, niks wordt weggegooid.” De eeuwenoude harmonie tussen kariboe en mens dreigt nu verstoord te raken door de aanleg van oliepijpleidingen. Meer weten? Kijk Being Caribou, de documentaire die Jolanda Linschooten inspireerde tot deze poolexpeditie.

Nieuwsbrief: € 0,-
De mooiste reisverhalen van de beste reisjournalisten in je mailbox? Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief.